Blijven drijven
Wat blijft er drijven? En hoe kan dat eigenlijk? De kinderen zijn wetenschappers voor een dag en zoeken antwoord op deze vragen.

Praktische informatie
Geschikt voor:
4+ jaar en 8+ jaar. Een combinatie is ook mogelijk.
Duur:
De workshop voor 4+ jaar of gecombineerde groepen duurt altijd drie kwartier.
Voor de workshop voor 8+ jaar kun je kiezen voor drie kwartier of een uur.
Capaciteit:
Maximaal 20 kinderen per groep.
Tarief:
Drie kwartier = 80,- excl. reiskosten
Een uur = 90,- excl. reiskosten
Leerdoelen:
PO kerndoel 42; De leerlingen leren onderzoek doen aan materialen en natuurkundige verschijnselen, zoals licht, geluid, elektriciteit, kracht, magnetisme en temperatuur.
Fase 1
Orientatie op jezelf en de wereld - Samen leven en samenwerken; rekening houden met een ander
Orientatie op jezelf en de wereld - Samen leven en samenwerken; ervaren dat mensen in een groep van elkaar afhankelijk zijn en elkaar nodig hebben (onder andere door samen spelen en samenwerken).
Orientatie op jezelf en de wereld - Verschijnselen uit natuurkunde en techniek; Verkennen en benoemen van dingen en verschijnselen in de natuur met karakteristieke eigenschappen als resultaat van: ik zie, ik hoor, ik voel, ik ruit, ik proef.
Orientatie op jezelf en de wereld - Verschijnselen uit natuurkunde en techniek; Ontdekken en verwonderen over licht (licht en donker), geluid (volume, toonhoogte), temperatuur (warmte), kracht (van magneten, van water) en elektriciteit (lamp en zoemer).
Orientatie op jezelf en de wereld - Verschijnselen uit natuurkunde en techniek; Verkennen van eigenschappen van materialen en stoffen.
Fase 2
Orientatie op jezelf en de wereld - Verschijnselen uit natuurkunde en techniek; Ervaring opdoen met en onderzoeken van het verschijnsel kracht: krachtbronnen; krecht door mensen (spierkracht); krecht van water (drijven/zweven/zinken/stromen).
Orientatie op jezelf en de wereld - Verschijnselen uit natuurkunde en techniek; Ervaring opdoen met en onderzoeken van temperatuur (warmte): warmtebronnen; warm en koud is relatief; verandering van temperatuur verandert stoffen (vriezen/koelen leidt tot stollen/krimpen; verwarmen/koken leidt tot smelten/verdampen/uitzetten).
Orientatie op jezelf en de wereld - Verschijnselen uit natuurkunde en techniek; Opzetten en uitvoeren van een eenvoudig experiment met een natuurkundig verschijnsel.
Fase 3
Orientatie op jezelf en de wereld - Verschijnselen uit natuurkunde en techniek; Onderzoeken van temperatuur (warmte): warmtebronnen en koelapparaten; stoffen veranderen door temperatuurverandering (vriezen/koelen leidt tot stollen/krimpen/condenseren, verwarmen/koken leidt tot smelten/verdampen/uitzetten).
Orientatie op jezelf en de wereld - Verschijnselen uit natuurkunde en techniek; Opzetten en uitvoeren van een vergelijkend experiment met een natuurkundig verschijnsel.
Orientatie op jezelf en de wereld - Verschijnselen uit natuurkunde en techniek; onderzoeken van veranderingen aan waarneembare eigenschappen van materialen: met betrekking tot warmte, geluid en elektriciteit; relatie tussen gewicht en volume; invloed van vocht (roesten); invloed van temperatuur (uitzetten/krimpen); afstotings- en aantrekkingskracht van magnetische materialen
Orientatie op jezelf en de wereld - Verschijnselen uit natuurkunde en techniek; Ontwerpen en maken van een object naar eigen idee en inzicht en bij de materiaalkeuze rekening houden met materiaaleigenschappen en de functie van het voorwerp − opzetten en uitvoeren van een vergelijkend experiment met materialen, stoffen of voorwerpen.
Orientatie op jezelf en de wereld - Verschijnselen uit natuurkunde en techniek; Toepassen van technische principes bij het oplossen van een vraag of probleem door deze functioneel te gebruiken in eigen ontwerpen (onderzoeken en ontwerpen).
Orientatie op jezelf en de wereld - Verschijnselen uit natuurkunde en techniek; aan de hand van een werktekening iets construeren dat aan vooraf geformuleerde bedoelingen beantwoordt.
